Noaberschap

Noaberschap vraagt update

Uitvaartverenigingen moeten nu in actie komen

Uit een onderzoek van de Federatie van Uitvaartverenigingen in Groningen blijkt dat de manier van communiceren en het financieel beheer van de verenigingen in die provincie een forse update nodig hebben.

 

‘Het uitvaartwezen luidt de noodklok’ kopte het Dagblad van het Noorden half september boven een bericht over de Federatie van Uitvaartverenigingen in Groningen. Aanleiding was het rapport ‘Onderzoek + adviezen voor het behoud van de onderlinge uitvaartzorg’ van de werkgroep ‘Noaberschap 2.0’ van de Federatie. "De noodklok luiden, klinkt alsof er sprake is van een gelopen race. Dat is zeker niet het geval”, vindt medeopsteller van het rapport Henk Bazuin van Onderlinge Uitvaartvereniging Hoogezand en Omstreken. "Maar er zijn problemen waaraan de verenigingen zullen moeten werken, om in de toekomst te blijven bestaan.”

Besturen vergrijzen. Er zijn te weinig opvolgers en de plaatselijke betrokkenheid is klein. Ook de ledenaantallen nemen af. En doordat er weinig uitwisseling plaatsvindt, is het niet duidelijk of hetgeen de verenigingen hen bieden wel voldoende aansluit bij hun wensen. Op het gebied van communicatie kan een inhaalslag worden gemaakt. De administratie vormt een apart probleem, dat varieert per vereniging. Dat zijn in grote lijnen de problemen zoals ze staan beschreven in het 28 pagina’s tellende rapport dat de werkgroep maakte.

 

Samen groeien

Zowel de ledenaantallen als het animo voor bestuurs- en andere vrijwilligersfuncties nemen af. Daardoor komen de verenigingen menskracht en kennis tekort om goed te kunnen functioneren. De werkgroep komt met een aantal mogelijke oplossingen. Vooral voor kleinere verenigingen is samenwerken of fuseren een goede optie. Daardoor kunnen gaten worden opgevuld en krijgen de uitvaartverenigingen meer body.

Dat niet alle uitvaartverenigingen in Groningen lid zijn, verkleint de samenwerkingsmogelijkheden. Kennelijk heeft de Federatie niet voor iedereen genoeg meerwaarde. De werkgroep noemt daarom het adviseren en ondersteunen bij strategie, beleid en kennisvergroting als mogelijkheid voor de Federatie om die verenigingen aan te trekken en zodoende een grotere rol te kunnen spelen in de overlevingsslag van alle verenigingen.

 

Jongeren

Het rapport gaat ook in op de vraag waarom iemand lid zou worden van een uitvaartvereniging. Vooral voor jongeren die lid zijn, blijken de verenigingen vaak niet de uitvaart te kunnen betalen die ze willen. Leden kunnen nu niet kiezen voor een pakket met een hogere waarde. Meer keuzemogelijkheden zou de aantrekkelijkheid vergroten. De verenigingen zelf kunnen nieuwe leden binnenhalen met behulp van sociale media, open dagen, folders en advertenties in plaatselijke bladen. Maar daaraan voorafgaand is het zinvol om de demografische samenstelling van de plaatselijke bevolking te onderzoeken, stelt de werkgroep. Een gemeente met veel jongeren vraagt nu eenmaal een andere benadering dan wanneer de oudere inwoners de overhand hebben.

 

   

Meer menskracht en een grotere bekendheid zijn dus essentieel. Maar niet voldoende. Een aantal problemen hebben betrekking op het voeren van de administratie. De opschudding rondom de invoering van Solvency II, vorig jaar, en de regelmatig wijzigende financiële wetgeving vragen om specifieke deskundigheid. De werkgroep noemt het gebruikmaken van één administratiekantoor voor de financiële administraties van de verenigingen en het organiseren van cursussen vanuit de Federatie als verbeteringsmogelijkheden.

 

Bestaansrecht

In totaal geeft de werkgroep maar liefst zeventien adviezen. Toch staat het voor Bazuin buiten kijf dat uitvaartverenigingen bestaansrecht hebben. "Het is de voordeligste manier om de uitvaart te laten verzorgen. De verenigingen hebben immers geen winstoogmerk. Bovendien vertegenwoordigen uitvaartverenigingen een sociaal aspect van de samenleving.” De uitvaartverenigingen hebben een lange geschiedenis, die begon als noaberschap, burenhulp, op het platteland. ‘Een uitgebreid stelsel van ongeschreven regels gaf vrij precies aan door wie in welke situatie welke hulp aan wie moest worden gegeven’, aldus het rapport. Wat de uitvaartzorg betreft: de gemeenschap zorgde zelf eigenlijk voor een natura-uitvaartverzekering voor alle leden van de gemeenschap. Later ontstonden uitvaartverenigingen. Die werden een vanzelfsprekendheid.  "Zo’n vijftig jaar geleden kreeg ik van huis uit drie adviezen mee toen ik ergens anders ging wonen”, vertelt Bazuin. "Zoek een huisarts en word lid van het Groene Kruis en van een uitvaartvereniging. Dan heb je je zaakjes goed voor elkaar.”

 

Omdat de uitvaartverenigingen het steeds moeilijker kregen, richtte de Federatie in Groningen vorig jaar de werkgroep op, bestaand uit zes bestuursleden van uitvaartverenigingen. Die werkgroep vroeg tien Groninger verenigingen een vragenlijst in te vullen en ging met ze in gesprek. "Er zijn zaken waarop besturen geen invloed hebben”, concludeert Bazuin. "Zo verhuizen veel jongere leden naar het midden en westen van het land en zeggen hun lidmaatschap op. Het aantal leden daalde de afgelopen vijftien jaar maar liefst met één procent per jaar. Er zijn verenigingen, die ik niet met naam wil noemen, die nog maar enkele bestuursleden hebben waarvan er slechts een actief is.” De werkgroep inventariseerde de zaken waaraan de besturen zelf iets zouden kunnen veranderen. Dat leidde tot de zeventien adviezen.

 

Tijdens drie rayonvergaderingen presenteerde de werkgroep het rapport en de adviezen, waarna de aanwezige leden aangaven waarmee ze aan de slag zouden willen. Met deze voorkeuren gaat het Federatiebestuur een plan van aanpak schrijven. Als dat plan er eenmaal is, naar verwachting voor het eind van dit jaar, kunnen de uitvaartverenigingen aan de slag. "Dan moeten de verenigingen het zelf oppakken”, benadrukt Bazuin. "Anders komt het niet van de grond.” Dat betekent niet dat werkgroep en bestuur nu achterover gaan zitten. "We ondersteunen waar nodig. Samen kom je veel verder dan alleen, dat geldt op elk niveau.” 

 

Landelijk

De Federatie is eventueel bereid de dialoog ook landelijk te voeren. Voorzitter van de overkoepelende organisatie van uitvaartverenigingen Nardus, Leen van Loosen, herkent de teruglopende ledenaantallen en vergrijzende besturen, het communicatie- en imagoprobleem en de moeite om de (financiële) administratie op orde te houden als landelijk. "Uitvaartverenigingen in het hele land verschillen van elkaar”, zegt hij. "Logisch, ze hebben de plaatselijke identiteit en tradities. Maar de moeilijkheden zijn landelijk hetzelfde.” Tot nu toe kwam alleen Groningen met een rapport erover. Ook Van Loosen vindt het vanzelfsprekend dat de verenigingen bestaansrecht hebben. "Het is politiek gezien zelfs helemaal van deze tijd. De overheid spreekt immers van een ‘participatiemaatschappij’.”

 

 (Gepubliceerd in Vakblad Uitvaart)   

Gonneke Bonting| gonneke@gonnekebonting.nl |0651462002