Noodzakelijke doorbraak of prijsopdrijvend fakenieuws?
Wettelijk toelating balsemvloeistof
Nabestaanden moeten kunnen kiezen voor balsemen, is de
overtuiging van iedere thanatopracteur. Die keuze kan het afscheid nemen
vergemakkelijken. Dat het balsemen gebeurt met vloeistoffen die niet in een
keukenkastje staan, spreekt voor zich. Over welke middelen wél gebruikt mogen
worden en op welke locatie is onrust ontstaan.
‘Wettelijke toelating balsemvloeistof’ luidt de kop van een
kort bericht in de vorige editie van Vakblad Uitvaart. Het bericht meldt dat
balseming wettelijk is geregeld, nu het College voor de toelating van
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) om te balsemen de vloeistoffen van
Genelyn (Genelyn arterial enhanced, Genelyn arterial ultra en Genelyn cavity
fluid) heeft toegestaan. Dat deed het Ctgb na een aanvraag door thanatopracteur
Rens de Peijper. In verschillende media verschenen dergelijke berichten en dat
riep felle reacties op. Tegenstanders van de toelating van Genelyn als enige
balsemvloeistof, veelal thanatopracteurs, stelden dat deze berichtgeving de
indruk gaf dat balsemen tot nu toe alleen illegaal en onveilig plaatsvond. Ook
op het berichtje in Vakblad Uitvaart kwamen reacties binnen.
Wetswijziging
Reden om verder te kijken. De toelating van Genelyn blijkt
een lange voorgeschiedenis te hebben. Door een wijziging in de Wet op de
Lijkbezorging mag sinds 2010 het lichaam van een overledene voor de uitvaart
tijdelijk worden geconserveerd. Vanaf dat jaar is balsemen dus niet meer alleen
voor pathologische en wetenschappelijke doeleinden, maar is thanatopraxie
mogelijk. Die behandeling mag maximaal tien dagen effect hebben. Voor de
daarvoor benodigde vloeistoffen was echter niets geregeld, waardoor die in Nederland
niet officieel waren toegestaan. Toch leek dat geen probleem. Er zijn wel
vloeistoffen op de markt en thanatopracteurs gebruiken die dan ook volop. In
2015 veranderde er iets, al was dat niet meteen voor iedereen merkbaar.
Slapende honden
Paula Swinkels is eigenaar van Ansata bv, het bedrijf dat
Genelyn importeert uit Australië, en vennoot en balsemer bij Thanatopraxie Rens
de Peijper. Ze vertelt dat zij en De Peijper in 2015 een door de Inspectie
Leefomgeving en Transport (ILT) georganiseerde presentatie bijwoonden, waar de
inspectie aankondigde vanaf 2017 te gaan handhaven op de vloeistoffen die de
balsemers gebruiken. "Dat zou betekenen dat we dan met ons werk zouden moeten
stoppen als we geen actie ondernamen”, zegt ze. "Want er wás immers geen
toegestane vloeistof om op te handhaven. Voor ons was dat reden om contact te
zoeken met collega’s en met het Nederlands Instituut voor Thanatopraxie (NIT).
Zonder succes. Ze vonden dat we maar moeilijk deden. We moesten geen slapende
honden wakker maken. Toen zijn Rens en ik doorgegaan. Dat leidde in maart vorig
jaar tot toelating van de Genelyn-vloeistoffen. In het toelatingsbesluit stond
dat thuisopbaring na het balsemen niet was toegestaan. Daartegen hebben we met
succes bezwaar gemaakt. Het gevolg was dat er een wijziging kwam waardoor
opbaring na het balsemen wél thuis kon plaatsvinden. Het balsemen zelf mocht
nog steeds niet thuis gebeuren.” In het wettelijke gebruiksvoorschrift dat het
Ctgb afgaf bij de toelating staat inderdaad dat het balsemen niet mag worden
uitgevoerd in de thuissituatie. Swinkels en De Peijper maakten het nieuws
bekend via sociale media en veel reacties die volgden, waren kritisch en
verontwaardigd.
Onrust
Een van de mensen die reageerde, is Pauline Wouters. Ze is
al vijftien jaar balsemer. Eerst als mede-eigenaar van HQ Thanatopraxie en na
de fusie in maart vorig jaar als Manager Speciale Diensten bij Cura Mortu Orum
(CMO). Over de vloeistof zegt ze: "Ik werk niet graag met Genelyn. Met die
vloeistoffen bereik ik geen mooi resultaat. Ik gebruik Intro 5 en de
formaldehydevrije holtevloeistof Freedom Cav, beide van de Britse producent
Dodge. Vloeistoffen van Dodge worden in heel Europa gebruikt en in Nederland
gedoogd. En natuurlijk zijn deze vloeistoffen onderzocht op schadelijkheid voor
milieu en gezondheid. Dat is uiteraard belangrijk. Ik wil gezond blijven en
mijn kinderen en kleinkinderen zien opgroeien. Ik begrijp dan ook echt niet wat
de reden is om deze onrust te veroorzaken.”
Ze benadrukt dat het belangrijk is dat nabestaanden kunnen
kiezen. "Licht balsemen of opbaren met koeling, zeg maar gerust bevriezen. En
áls ze voor balsemen kiezen: gebeurt dat thuis of moet de overledene eerst naar
een speciale ruimte worden overgebracht, zoals Rens de Peijper in zijn
zelfgeschreven voorschriften vermeldt. Uitvaartverzorgers moeten de
mogelijkheden kunnen aanbieden. Dát is waar het om gaat.”
Swinkels is het ermee eens dat zaken voor de
uitvaartverzorger duidelijk moeten zijn. Ook zij ergert zich aan de ophef, al
is het om andere redenen. "Het gaat om feiten, niet om onderbuikgevoelens”,
vindt ze. "Uitvaartverzorgers moeten weten welke keuzes nabestaanden kunnen
maken. Daarbij moeten we ons wél houden aan de wet- en regelgeving.”
Formaldehyde of biocide
Pauline Wouters en Paula Swinkels zijn beiden bevlogen
thanatopracteurs. Ze staan lijnrecht tegenover elkaar. "De Genelyn-vloeistoffen
bevatten meer formaldehyde dan de vloeistoffen die ik nu gebruik”, zegt
Wouters. "En door de toelating zijn wij straks toch verplicht om Genelyn te
gebruiken. Een hoge concentratie formaldehyde is slecht voor de gezondheid.”
Volgens Swinkels ligt de oorsprong van hun meningsverschil
niet in de formaldehyde. "Balsemvloeistoffen zijn biociden”, zegt ze. "Daarop
is de Europese Biocidenverordening van toepassing. In Nederland mogen ze niet
gebruikt worden voordat het Ctgb de stoffen toelaat. En dan alleen met
toepassing van de wettelijke gebruiksvoorschriften die het Ctgb bij de
toelating heeft opgesteld.”
Woordvoerder van het Ctgb Hans van Boven bevestigt dit. "Een
balsemvloeistof is per definitie een biocide en valt dus onder de verordening”,
zegt hij. "Bij gebrek aan een alternatief werden vloeistoffen gedoogd. Dat is
vanaf nu niet meer noodzakelijk. Er zijn immers toegelaten balsemvloeistoffen.”
Of daarop gehandhaafd gaat worden, kan hij niet zeggen omdat het Ctgb niet de
handhaver is. Dat is de inspectie ILT.
Monopolie
Wouters vermoedt nog een andere reden voor de aanvraag om
toelating. "Ansata wil een monopoliepositie als verkooppunt van
balsemvloeistoffen. Het bedrijf heeft een overeenkomst met de leverancier zodat
wij het nergens anders kunnen kopen. Daarbij hanteert Ansata extreem hoge
prijzen”, zegt ze.
Dat laatste bestrijdt Swinkels. Ze noemt de prijzen zeker
niet extreem hoog en geeft aan dat de toelating van Genelyn de afgelopen jaren
een forse kostenpost is geweest. Ze vertelt hoe de positie van Ansata als verkooppunt
van Genelyn de afgelopen jaren tot stand kwam. "Tegelijk met de
toelatingsaanvraag startten we een webshop”, zegt ze. "De Genelyn-vloeistoffen
in de webshop waren voornamelijk voor eigen gebruik. Omdat er geen toelating
was, mochten we ze immers niet actief verkopen. Dat Genelyn nu de enige
balsemvloeistof is die verkocht en gebruikt mag worden, komt doordat niemand
anders een toelatingsaanvraag heeft ingediend. Dat is heel iets anders dan dat
wij een monopolie zouden nastreven. Bovendien kopen balsemers hun producten nu
ook bij groothandels die op dát product het alleenrecht van in- en verkoop
hebben in Nederland.” Overigens is Ansata niet de enige webshop die
Genelyn-vloeistoffen verkoopt. Op de website biedt Faber Funeral Tech eveneens
Genelyn aan.
Bezwaren
Intussen hebben zowel CMO als het NIT bij het Ctgb bezwaar
gemaakt tegen de toelating van Genelyn. Het NIT licht op de website zijn
bezwaar toe. De organisatie stelt in het bezwaar dat het Ctgb de toelating van
Genelyn onvoldoende onderbouwt. Het NIT vraagt zich af waarom alleen deze
vloeistoffen zijn toegelaten, verzoekt om meer transparantie over de
testprocedures en stelt een aantal technisch inhoudelijke vragen. Ook wil het
NIT precies weten waar, hoe en door wie de tests zijn uitgevoerd en of de onderzoeker
objectief is. De bezwaarmaker uit zijn bezorgdheid over de mogelijke gevolgen
van de toelating voor de sector.
"Die testen zijn transparant en betrouwbaar”, stelt
Swinkels. "We hebben aan bewijsmateriaal een kubieke meter papier per vloeistof
moeten aanleveren. Voor de toelating heeft het Ctgb gecontroleerd of de inhoud
en de werking van de vloeistoffen is zoals wij zeggen. Dus of Genelyn de
ontbinding gedurende tien dagen vertraagt. En het college heeft uitgebreid
onderzoek gedaan naar de veiligheid van de vloeistoffen voor mens en
milieu.”
Momenteel zijn dus om te balsemen voor de uitvaart alleen de
vloeistoffen van Genelyn officieel toegestaan. Dat er bezwaren lopen tegen de
toelating is daarvoor niet relevant. In januari, na de sluitingsdatum van deze
editie van Vakblad Uitvaart, hield een onafhankelijke bezwaarcommissie van het
Ctgb een hoorzitting. Tijdens zo’n zitting beoordeelt de commissie of de
bezwaarmakers al dan niet belanghebbenden zijn en, indien dat het geval is, hoe
de commissie naar hun argumenten kijkt. Zelfs als op een bezwaar een
beroepsprocedure volgt, geldt de bestreden beslissing zolang die procedure
loopt.
Onvrede over toestaan balsemvloeistof
De toelating van een balsemvloeistof op de Nederlandse markt
veroorzaakt tweespalt binnen de beroepsgroep van thanatopracteurs. Zowel voor-
als tegenstanders van het gebruik van dit middel tekenden bezwaar aan, waarop
onlangs een uitspraak volgde. Beide kampen werken nu aan een systeem voor examinering,
PE-punten en registratie van thanatopracteurs.
In de eerste editie van Vakblad Uitvaart van dit jaar ging het
over de balsemvloeistoffen van het merk Genelyn. Onder thanatopracteurswas onrust ontstaan omdat het College voor de toelating van
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) besliste dat het gebruik van deze
vloeistof wettelijk is toegestaan binnen Nederland. En omdat er voor geen
enkele andere balsemvloeistof een verzoek om toelating was gedaan, werd Genelyn
de enige toegestane balsemvloeistof.
Bezwaar niet behandeld
Het Nederlands Instituut voor Thanatopraxie (NIT), de
zorgdienstengroep ZDG, samen met CMO, en een aantal thanatopracteurs maakten
bezwaar tegen deze beslissing. Zij maken zich zorgen over de gevolgen van de
toelating.
Voorzitter Gert-Jan Kleinrensink van het NIT, tevens
emeritus hoogleraar anatomie, noemt het "een gek verhaal dat we nu plotseling
geconfronteerd worden met de monopoliepositie van Genelyn, een balsemvloeistof
die meer kankerverwekkende formaldehyde bevat dan verschillende andere middelen
en ook nog eens veel duurder is.” Het college besliste echter dat het NIT en de
andere bezwaarmakers hier geen partij zijn en heeft hun bezwaarschriften dan
ook niet inhoudelijk behandeld. "De reden hiervoor is zuiver juridisch”, geeft woordvoerder
Hans van Boven van het Ctgb aan. "Deze bewaarmakers zijn geen eigenaar van het
product, ze zijn niet rechtstreeks betrokken bij het besluit. Daardoor zijn ze
geen belanghebbende en zijn hun bezwaarschriften niet ontvankelijk.” De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft laten
weten te gaan handhaven, nu de toelating van Genelyn definitief is.
Wat het NIT betreft, is hiermee de kous niet af. "Dodge is
op Europees niveau een toelatingsprocedure gestart van de balsemvloeistof die
deze Britse producent op de markt brengt”, vertelt Kleinrensink. "Intussen kaarten
wij het ontstaan van dit monopolie aan bij de Autoriteit Consument en Markt
(ACM). En samen met de Nederlandse Vereniging voor Obductieassistenten,
Overledenenverzorgers en Thanatopracteurs (N.V.O.A.) Vesalius gaan we voort op
de ingeslagen weg van verdere samenwerking. Gezamenlijk gaan we een systeem van
examinering, PE-punten en registratie opzetten.”
Kenniscentrum
De thanatopracteurs Rens de Peijper en Paula Swinkels, die
de aanvraag bij het Ctgb hadden ingediend, en leverancier Société EEP.Co Europe
maakten eveneens bezwaar. Zij waren het niet eens met het voorschrift dat de
opbaring bij gebruik van Genelyn maximaal zes dagen mocht duren. Hun bezwaar
werd wél inhoudelijk behandeld en het college besliste dat acht dagen de
maximale opbaartermijn is. Swinkels noemt de uitspraak "een heel mooi sluitstuk
van een lange periode. We kunnen nu met zijn allen weer verder. Om de kwaliteit
te borgen heeft Rens samen met twee collega’s het Kenniscentrum Thanatopractie
en Overledenenzorg (KTO) opgericht. De Wet op de Lijkbezorging stelt namelijk
geen eisen aan balsemers, maar het Ctgb verplicht dat alleen professionele
balsemers met Genelyn mogen werken.” Ook het KTO wil de kwaliteit verbeteren en
borgen met een examen, PE-punten en een register.
Handhaving illegale balsemingproducten
Binnen de branche heerst opschudding
en verdeeldheid over het balsemen. Momenteel is er slechts één merk wettelijk
toegestaan en is thuisbalseming verboden.
Wie balsemingsproducten verkoopt, gebruikt of op voorraad heeft, kan vanaf september bezoek verwachten van inspecteurs van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Zij controleren op basis van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) of de middelen die worden aangetroffen ook zijn toegelaten. Online wijzen onder meer Uitvaartbranche.nl en Uitvaart-Platform.nl hierop. Beide vermelden dat er sprake is van nieuwe regels en wetgeving. De reacties op de fora variëren van verbazing en ongeloof tot hevige verontwaardiging. Dat laatste enerzijds omdat slechts de producten van slechts één merk gebruikt mogen worden en anderzijds omdat thuisbalseming niet meer is toegestaan.
Onvrede
In de eerste en vierde editie van dit
jaar berichtte Vakblad Uitvaart uitgebreid over de toelating van de
Genelyn-producten en de onvrede daarover. Voorstanders verwijzen naar de
wettelijke regeling en de beslissing van het College voor de toelating van
gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Tegenstanders geven onder meer
aan niet graag met het middel te werken, stellen dat het meer kankerverwekkende
formaldehyde bevat dan andere balsemvloeistoffen en hekelen het verbod op
thuisbalsemen.
Toegelaten onder voorwaarden
Toch is er per 1 september 2025 wettelijk
helemaal niets gewijzigd met betrekking tot het balsemen. Feitelijk geldt deze
situatie al veel langer. Sinds 2010 is de mogelijkheid om te balsemen in
Nederland bij wet geregeld. Er was echter geen enkel wettelijk toegestaan
middel om de balseming uit te voeren. Daarom begon leverancier Ansata in 2015
een dossier op te bouwen en diende vervolgens bij het Ctgb een aanvraag in om
producten van het merk Genelyn op de markt te mogen brengen. Begin 2024 besliste
het Ctgb positief op die aanvraag, met als extra voorwaarde dat het balsemen in
een daarvoor ingerichte ruimte plaatsvindt. Omdat er geen andere aanvragen zijn
gedaan, is Genelyn sindsdien het enige toegestane middel. Daarmee werden het
verkopen, gebruiken of op voorraad hebben van andere balsemingsproducten dan
Genelyn en het thuisbalsemen strafbaar.
Gewenningsperiode voorbij
Onlangs kondigde de ILT aan vanaf
september daadwerkelijk te gaan handhaven. Daarmee is de gewenningsperiode voor
gebruikers van balsemingmiddelen voorbij. Dat er uitgesproken voor- en
tegenstanders zijn van de gang van zaken rondom Genelyn, is begrijpelijk. De
onbekendheid ervan binnen de branche is gezien de eerdere berichtgeving echter
opvallend.
In de volgende editie gaan we in op de
gevolgen van de toelating, nu de ILT daadwerkelijk handhaaft. Op het moment dat
deze editie ter perse ging, kon de ILT nog geen informatie geven over de
ervaringen. Uiteraard komen in die editie ook voor- en tegenstanders uitgebreid
aan het woord.
[Alle gepubliceerd in Vakblad Uitvaart]
Gonneke Bonting| gonneke@gonnekebonting.nl |0651462002